Content die AI-assistenten citeren, begint met het antwoord, zet bij elk feit de bron, gebruikt concrete cijfers, noemt bedrijven, plaatsen en producten bij hun volledige naam en heeft structured data die klopt met de tekst. Dat is geen trucje: ChatGPT, Gemini, Claude en Perplexity citeren volgens hun eigen documentatie losse passages, en in het onderzoek waar de term GEO vandaan komt, verhoogden citaten, statistieken en bronvermeldingen de zichtbaarheid het meest. Hieronder de vijf principes, met onze eigen statistiekenpagina's als voorbeeld.
Deze gids gaat over het schrijven zelf. Hoe de engines zoeken en welke crawlers je moet toelaten, staat in hoe AI-assistenten hun bronnen kiezen. Wat GEO in het algemeen is, lees je in wat is GEO.
1. Wat citeerbaar betekent
Een AI-assistent citeert geen pagina, maar een stuk tekst op een pagina. Dat staat in de documentatie van de makers:
- Bij Claude bevat elke bronvermelding de URL, de titel en tot 150 tekens geciteerde tekst.
- Bij Gemini koppelen de citaties stukken van het antwoord aan de URL die ze onderbouwt.
- Bij Perplexity staat na elke zin die op een bron leunt een genummerde verwijzing, op basis van titel, URL en een fragment van de pagina.
- Bij OpenAI komt bij elke citatie de plek in het antwoord mee waar de bron bij hoort. OpenAI schrijft ook dat er vaak meer bronnen geraadpleegd dan geciteerd worden.
Citeerbaar betekent dus: een passage die op zichzelf een vraag beantwoordt, met een concreet feit en de herkomst van dat feit erbij, op een pagina die de engine mag lezen. Een mooie pagina waarvan het antwoord pas in de vierde alinea staat, of waarin een cijfer zonder bron staat, is minder bruikbaar dan een pagina die het meteen zegt.
2. Principe 1: antwoord eerst
Begin elke pagina en elke sectie met het antwoord op de vraag in de kop. Uitleg, nuance en voorbeelden komen daarna. Vergelijk:
| Minder citeerbaar | Beter citeerbaar |
|---|---|
| ‘De kosten van een website hangen van veel factoren af. In dit artikel nemen we je mee langs alles wat je moet weten.’ | ‘Een website met vijf pagina's kost bij een Nederlands bureau meestal tussen X en Y euro. De prijs hangt vooral af van ...’ |
| ‘Er zijn verschillende manieren om naar dit vraagstuk te kijken.’ | ‘Kies voor A als je minder dan tien klanten per maand hebt, en voor B als ...’ |
De rechterkolom is een sjabloon, geen echte prijs: vul je eigen bedragen in. De regels die werken:
- Kop in de woorden van de klant. Gebruik de vraag zoals een klant hem stelt, niet je interne vaktaal.
- Eerste zin is het antwoord. Zonder aanloop, zonder herhaling van de vraag.
- Eén alinea, één punt. Elke alinea moet los gelezen kunnen worden, want er wordt per passage geciteerd.
- Geen verwijzingen naar elders op de pagina als ‘zoals hierboven gezegd’. Losgeknipt zegt zo'n zin niets meer.
Dit is ook de kern van wat met AEO bedoeld wordt; het verschil tussen de termen staat in GEO, AEO, LLMO en AI-SEO vergeleken.
3. Principe 2: feiten met een bron
Het onderzoek GEO: Generative Engine Optimization (Aggarwal en anderen, KDD 2024) testte negen manieren om een tekst aan te passen. De drie die het best werkten:
- Bronnen citeren: verwijzingen naar betrouwbare bronnen toevoegen;
- Citaten toevoegen: letterlijke uitspraken uit relevante bronnen;
- Statistieken toevoegen: cijfers in plaats van algemene beweringen.
Die drie verhoogden de zichtbaarheid in de antwoorden met 30 tot 40% op de belangrijkste maat van het onderzoek. Zoekwoorden vaker herhalen leverde weinig tot niets op. Pagina's die in Google lager stonden, hadden er het meeste aan: met bronnen citeren steeg de zichtbaarheid van de pagina op plek vijf met 115,1%. Het was een testopstelling met een eigen antwoordsysteem, maar de richting is duidelijk.
Google zegt hetzelfde vanuit een andere hoek. In de vragen waarmee je volgens Google je eigen content kunt beoordelen staan onder meer: biedt de content eigen informatie, onderzoek of analyse, en presenteert hij informatie zo dat je hem wilt vertrouwen, zoals met duidelijke bronnen en zichtbare deskundigheid.
Zo schrijf je een feit met bron
- Feit, bron en jaar in dezelfde zin. Bijvoorbeeld: ‘Volgens de GEO Agency Index Nederland van Gold Lemon (oktober 2026) is 69,8% van de bronnen onder aanbevelingen de eigen site van een bureau.’ Wordt die zin losgeknipt, dan reist de bron mee.
- Link naar de oorspronkelijke bron, niet naar een artikel dat het cijfer overnam.
- Alleen cijfers die je zelf hebt nagezocht. Een cijfer dat overal rondgaat maar nergens te herleiden is, laat je weg of benoem je als niet te herleiden.
- Zeg wat je niet weet. ‘Een Nederlandse meting bestaat niet’ is ook informatie, en een eerlijke grens maakt de rest geloofwaardiger.
4. Principe 3: cijferpagina's
Een vorm die feiten, bronnen en antwoord-eerst combineert, is een pagina met alleen nagezochte cijfers over één onderwerp. Wij bouwen zulke pagina's in onze statistiekenbibliotheek. Vier voorbeelden die over AI en zoeken gaan:
- AI-verwijzingsverkeer en GEO statistieken: 66 cijfers over verkeer uit AI-assistenten, klikken bij AI Overviews en welke bronnen AI citeert. Bovenaan vier kerncijfers, elk met bron en jaar eronder.
- Structured data statistieken: 40 cijfers, met een aparte sectie ‘veelgenoemde cijfers die we niet konden herleiden’ en de vermelding dat een Nederlandse meting niet bestaat.
- Vertrouwen in AI-antwoorden statistieken: 58 cijfers, Nederlandse data voorop, cijfers van buiten Nederland met een regiolabel en onderzoek van partijen die AI of marketingsoftware verkopen gelabeld als leveranciersonderzoek.
- Perplexity statistieken: 66 cijfers over gebruik, marktaandeel in Nederland, geciteerde bronnen en verwijzingsverkeer.
Wat die pagina's gemeen hebben
- Een antwoord bovenaan. De eerste alinea zegt waar de pagina over gaat en hoeveel cijfers er staan.
- Secties als vraag. Bijvoorbeeld ‘Hoeveel websiteverkeer komt uit AI-assistenten?’, met direct daaronder het antwoord.
- Elk cijfer heeft een bron die we zelf hebben geopend, met naam en jaar in de tekst en een link.
- Labels voor context: land, jaar en of de bron iets verkoopt.
- Een sectie methode en bronnen, zodat een lezer of een engine kan nagaan waar alles vandaan komt.
- Structured data: Article, Dataset, FAQPage en BreadcrumbList.
Of deze pagina's vaker geciteerd worden dan onze andere pagina's, weten we nog niet; we beloven hier geen uitkomst. Het format volgt wel precies wat het onderzoek en de documentatie hierboven aanwijzen. Je hoeft geen bibliotheek te bouwen om het toe te passen: één cijferpagina over jouw vakgebied, met cijfers uit je eigen werk of uit openbare bronnen, is een goed begin.
5. Principe 4: heldere namen en een zichtbare afzender
Een passage die losgeknipt wordt, moet zonder de rest van de pagina te begrijpen zijn. Dat lukt alleen als de namen erin staan:
- Noem dingen voluit. ‘Searchlab, een online marketingbureau in Amsterdam’ in plaats van ‘wij’; ‘Google AI Overviews’ in plaats van ‘deze functie’.
- Eén naam per ding. Wissel niet af tussen drie namen voor dezelfde dienst. Kies er een en gebruik die op je site, je Google-bedrijfsprofiel, LinkedIn en in gidsen.
- Definities in één zin. ‘X is Y dat Z doet.’ Zo'n zin is precies het soort passage dat een engine kan overnemen.
- Een zichtbare auteur. Google vraagt in de zelfbeoordeling voor content of het voor bezoekers duidelijk is wie de content schreef en of pagina's een naamregel hebben waar je die verwacht. Zet een auteur met naam en functie bij elk artikel.
- Vertel hoe het gemaakt is. Google noemt het ‘Who, How and Why’: wie schreef het, hoe is het gemaakt en waarom bestaat het. Een korte methode-alinea beantwoordt het ‘hoe’.
6. Principe 5: structured data die klopt
Structured data is code op de pagina die vertelt wat er staat: een artikel, een organisatie, een vraag met antwoord. Google schrijft in de introductie over structured data dat het expliciete aanwijzingen geeft over de betekenis van een pagina, en raadt JSON-LD aan als het formaat dat het makkelijkst te onderhouden is.
Verwacht er geen wonderen van voor AI. Google zegt in de uitleg over AI-functies uitdrukkelijk dat er geen speciale schema.org-markup nodig is om in AI Overviews of AI Mode te verschijnen. Wel noemt Google als goede gewoonte dat je structured data klopt met de zichtbare tekst. Gebruik het dus om te bevestigen wat er al op de pagina staat, niet om iets toe te voegen wat de lezer niet ziet.
Op een kennispagina gebruiken wij Article met een auteur, FAQPage voor de vragen onderaan, BreadcrumbList voor de plek op de site en bij cijferpagina's ook Dataset. Wat er wereldwijd aan structured data gebruikt wordt en wat het oplevert, staat op onze pagina structured data statistieken.
7. Checklist per pagina
| Onderdeel | Doen | Laten |
|---|---|---|
| Opening | Antwoord in de eerste zin | Aanloop, herhaling van de vraag |
| Koppen | De vraag van de klant, in zijn woorden | Vaktaal, creatieve titels zonder inhoud |
| Feiten | Cijfer, bron en jaar in één zin, met link | Ronde cijfers zonder herkomst |
| Alinea's | Eén punt per alinea, los leesbaar | ‘Zoals hierboven gezegd’ |
| Namen | Bedrijf, plaats en product voluit | ‘Wij’, ‘deze tool’, wisselende namen |
| Afzender | Auteur met naam, functie en datum | Anonieme pagina's |
| Techniek | Tekst in de HTML, zoekcrawlers toegelaten | Inhoud die pas na JavaScript verschijnt |
| Structured data | Article, FAQPage, BreadcrumbList die kloppen met de tekst | Markup voor inhoud die niet zichtbaar is |
Over de techniek: Google noemt bij de aanbevelingen voor AI-functies dat belangrijke inhoud als tekst beschikbaar moet zijn. Welke zoekcrawlers je per engine moet toelaten, staat in hoe AI-assistenten hun bronnen kiezen.
8. Meten of het werkt
Schrijven is een test. Leg vooraf vast bij welke klantvragen je genoemd of geciteerd wilt worden, meet die bij ChatGPT, Gemini, Claude, Perplexity en Google, pas de pagina aan en meet een maand later opnieuw met dezelfde vragen. De methode staat in je merk in ChatGPT meten. Met een klein budget kun je dit zelf; zie GEO voor een klein bedrijf.
Wil je dat wij de pagina's schrijven, de meting doen en per maand laten zien wat werkte, kijk dan op onze pagina over het GEO-bureau.
9. Veelgestelde vragen
Wat is citeerbare content?
Citeerbare content is tekst die een AI-assistent zonder omweg kan overnemen en als bron kan noemen: een passage die op zichzelf een vraag beantwoordt, met een concreet feit en de bron van dat feit, op een pagina die de zoekcrawler van de engine mag lezen.
Helpen statistieken om door AI geciteerd te worden?
In het onderzoek waar de term GEO vandaan komt (Aggarwal en anderen, KDD 2024) hoorden statistieken toevoegen, citaten toevoegen en bronnen vermelden bij de aanpassingen die de zichtbaarheid in AI-antwoorden het meest verhoogden: 30 tot 40% op de belangrijkste maat. Dat was een testopstelling; in echte engines meet je het zelf.
Schrijf ik voor AI of voor mensen?
Voor mensen. Google vraagt om content die in de eerste plaats mensen helpt, met duidelijke bronnen en een zichtbare auteur. De principes voor citeerbare content, zoals het antwoord eerst en feiten met bron, maken een pagina ook voor lezers beter.
Hoe lang moet een citeerbare alinea zijn?
Daar is geen gepubliceerde regel voor. Wel tonen de engines citaties op het niveau van zinnen en fragmenten; bij Claude bevat een citatie bijvoorbeeld tot 150 tekens geciteerde tekst. Zorg dus dat de eerste zin van elke alinea op zichzelf klopt en het belangrijkste feit bevat.