Vergelijken 2 oktober 2026 • 8 min leestijd

GEO, AEO, LLMO of AI-SEO?
Vier termen voor zichtbaarheid in AI, vergeleken

Wat elke term betekent, waar hij vandaan komt, waar de nadruk ligt en welke aanpak telt in jouw situatie. Met een vergelijkingstabel.

Ruud ten Have

Ruud ten Have

Oprichter • Searchlab

GEO, AEO, LLMO en AI-SEO zijn vier namen voor bijna hetzelfde werk: zorgen dat AI-systemen je bedrijf noemen en je pagina's als bron gebruiken. Ze verschillen in herkomst en nadruk. GEO (generative engine optimization) gaat over genoemd en geciteerd worden in antwoorden van generatieve AI. AEO (answer engine optimization) gaat over pagina's die een vraag zo direct beantwoorden dat een systeem het antwoord kan overnemen. LLMO (large language model optimization) gaat over wat een taalmodel over je weet. AI-SEO is de verzamelnaam van SEO-bureaus voor SEO plus AI. Welke naam een aanbieder gebruikt, zegt weinig; wat er gemeten en gedaan wordt, zegt alles.

Hieronder staan de vier termen naast elkaar, daarna per term wat hij betekent en wanneer welke aanpak telt. De begrippen staan ook kort op onze pagina over het GEO-bureau; hier gaan we dieper.

1. De vier termen in één tabel

TermVoluitNadrukWat je meetTypisch werk
GEOGenerative engine optimizationGenoemd en geciteerd worden in antwoorden van generatieve AIVermeldingen en bronnen per engine, per vraagAntwoordpagina's met feiten en bronnen, meting per engine
AEOAnswer engine optimizationEen vraag direct en volledig beantwoordenOf jouw pagina het antwoord levertVraag-en-antwoordpagina's, FAQ, heldere definities
LLMOLarge language model optimizationWat een taalmodel over je weet en of het kloptWat modellen over je merk zeggen, ook zonder zoekenFeiten over je bedrijf op veel betrouwbare plekken gelijk
AI-SEOSEO voor AI-zoekenKlassieke SEO plus AI-functies in zoekmachinesPosities en klikken, plus zichtbaarheid in AI OverviewsTechniek, content en links, uitgebreid naar AI

Alleen GEO heeft een vastgelegde herkomst in de wetenschap. De andere drie zijn termen uit de vakwereld zonder vaste definitie; aanbieders vullen ze verschillend in. Lees de tabel dus als de gangbare betekenis, niet als norm.

2. GEO: generative engine optimization

De term GEO komt uit het artikel GEO: Generative Engine Optimization van Aggarwal en vijf co-auteurs (arXiv, november 2023; geaccepteerd voor KDD 2024). Zij noemen systemen die met taalmodellen informatie verzamelen en samenvatten om een vraag te beantwoorden generative engines, en GEO het optimaliseren van inhoud zodat die in zulke antwoorden zichtbaar wordt.

Kenmerkend voor GEO is de meting. Het onderzoek mat zichtbaarheid aan hoeveel en hoe vroeg een bron in het antwoord terugkomt. In de praktijk vertaalt zich dat naar een vaste set klantvragen die je aan meerdere engines stelt, waarbij je telt of je genoemd wordt en welke bronnen geciteerd worden. Het onderzoek vond dat citaten, statistieken en bronvermeldingen in de tekst de zichtbaarheid het meest verhoogden, en dat zoekwoorden herhalen weinig tot niets opleverde.

GEO is ook de term waarmee de Nederlandse markt gemeten wordt. De GEO Agency Index Nederland van Gold Lemon houdt een register bij van 1.497 aanbieders van GEO en AEO in Nederland; AI noemt er daarvan 451 minstens één keer (editie oktober 2026, CC BY 4.0). Een volledige uitleg staat in wat is GEO.

3. AEO: answer engine optimization

AEO is de oudere term. Hij wordt vooral gebruikt voor pagina's die een vraag zo kort en volledig beantwoorden dat een systeem het antwoord direct kan tonen. Het bekendste voorbeeld is het uitgelichte fragment in Google. Google beschrijft featured snippets als vakken waarin de gewone volgorde van een zoekresultaat is omgedraaid: eerst het beschrijvende fragment, dan de link. Google kiest die fragmenten zelf: je kunt volgens Google niet aangeven dat jouw pagina er een moet worden.

Wat AEO in de praktijk betekent: per vraag een duidelijke kop, direct daaronder het antwoord in een of twee zinnen, daarna de uitleg. Dat principe is ook de kern van goede GEO-content. Het verschil is vooral de blik: AEO denkt in losse vragen en antwoorden, GEO in de hele set antwoorden van meerdere AI-assistenten en wie daarin genoemd wordt. Hoe je zo'n antwoordpagina schrijft, staat in citeerbare content schrijven.

4. LLMO: large language model optimization

LLMO legt de nadruk op de taalmodellen zelf: wat een model over je bedrijf weet, uit welke bronnen dat komt en of het klopt. Je komt ook LLM-optimalisatie of LLM-SEO tegen. Het verschil met GEO zit in de twee manieren waarop een AI-assistent aan informatie komt.

De aanbieders houden die twee routes ook in hun crawlers uit elkaar. OpenAI gebruikt GPTBot voor inhoud die voor training kan worden gebruikt en OAI-SearchBot voor de zoekresultaten in ChatGPT. Anthropic heeft ClaudeBot voor training en Claude-SearchBot en Claude-User voor zoeken. Google noemt Google-Extended als de manier om training en grounding in andere systemen van Google te beperken. Wie aan LLMO doet, maakt die keuzes bewust.

En llms.txt?

Bij LLMO valt vaak de naam llms.txt. Dat is een voorstel van Jeremy Howard uit september 2024 voor een bestand op /llms.txt dat AI-systemen helpt een website te gebruiken. Het is een voorstel, geen standaard. Google schrijft er voor zijn eigen AI-functies duidelijk over: je hoeft geen nieuwe machineleesbare bestanden, AI-tekstbestanden of markup te maken om in AI Overviews of AI Mode te verschijnen. Wij hebben er zelf een, omdat het weinig kost, maar we zien het niet als de hefboom.

5. AI-SEO: SEO voor zoeken met AI

AI-SEO is de naam die je vooral bij SEO-bureaus ziet. Meestal bedoelen ze klassieke SEO, aangevuld met werk voor AI Overviews, AI Mode en AI-assistenten. Er is geen vaste definitie.

Voor Google is die combinatie logisch. In de uitleg over AI-functies schrijft Google dat de gewone SEO-aanbevelingen ook gelden voor AI Overviews en AI Mode, dat een pagina geïndexeerd moet zijn en met een fragment getoond moet kunnen worden, en dat er geen extra eisen zijn. Bezoeken via die AI-functies tellen in Search Console mee in het prestatierapport, onder het zoektype Web. Je ziet ze dus niet apart.

De beperking van AI-SEO als aanpak: als alleen Google gemeten wordt, mis je ChatGPT, Claude en Perplexity. Volgens de GEO Agency Index Nederland kiest elke engine anders; zelfs de ChatGPT-app en ChatGPT via de API delen daar maar 2 van hun top 3.

6. Welke aanpak telt wanneer

De termen zijn uitwisselbaar, de situaties niet. Kijk naar waar je klanten hun vraag stellen en wat je wilt bereiken.

Jouw situatieWaar de nadruk ligtEerste stap
Je klanten zoeken vooral in Google en je staat daar nog niet goedSEO, dus de basis van AI-SEOIndexering, techniek en een pagina per dienst
Je klanten vragen ChatGPT of Perplexity welk bedrijf ze moeten kiezenGEOEen vragenset per engine meten: word je genoemd, wie wel?
Je krijgt veel dezelfde vragen over prijs, werkwijze of voorwaardenAEOPer vraag een kop met direct het antwoord
AI-assistenten zeggen iets onjuists over je bedrijf, of kennen je nietLLMOJe bedrijfsgegevens overal gelijk en de juiste crawlers toelaten
Je wilt het allemaal, met één partijGEO en SEO samenEen nulmeting in Google en in de AI-assistenten

In bijna elke situatie is de eerste stap dezelfde: meten. Zonder meting weet je niet of je probleem in Google zit, bij één AI-assistent of overal. Hoe je dat doet, staat in je merk in ChatGPT meten. Welke bronnen de engines daarbij gebruiken en hoe ze die kiezen, lees je in hoe AI-assistenten hun bronnen kiezen.

Vier vragen voor elke aanbieder, welke term die ook gebruikt

  1. Welke vragen meten jullie, en zijn die van mij of standaard?
  2. Welke engines meten jullie, en elk apart?
  3. Zie ik per antwoord welke bronnen geciteerd zijn?
  4. Wat doen jullie na de meting, en hoe zie ik of het werkte?

Een aanbieder die op deze vragen een helder antwoord heeft, doet het werk, hoe het ook heet. Wat aanbieders daarvoor rekenen, staat in wat kost GEO. Cijfers over hoe Nederlanders AI-assistenten gebruiken om te zoeken vind je in onze statistieken over AI-zoekgedrag in Nederland.

7. Hoe Searchlab ermee omgaat

Wij doen het als één aanpak, wat de naam ook is. Eerst een nulmeting met de vragen die jouw klanten stellen, bij ChatGPT, Gemini, Claude, Perplexity en de AI Overviews van Google, elk apart. Dan de bronnen in kaart: welke pagina's citeren de engines nu, van jou en van anderen. Daarna antwoordpagina's, techniek en bedrijfsgegevens op orde, en elke maand dezelfde meting opnieuw. Omdat Gemini en AI Overviews op de index van Google leunen, nemen we SEO daarin mee waar dat nodig is.

Hoe dat eruitziet en wat het kost, staat op onze pagina over het GEO-bureau.

8. Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen GEO en AEO?

GEO (generative engine optimization) richt zich op genoemd en geciteerd worden in antwoorden van generatieve AI zoals ChatGPT, Gemini, Claude en Perplexity. AEO (answer engine optimization) richt zich op pagina's die een vraag zo direct beantwoorden dat een antwoordsysteem het antwoord kan overnemen. In de praktijk overlappen ze grotendeels: een goede antwoordpagina is ook goed voor GEO.

Is LLMO hetzelfde als GEO?

Grotendeels. LLMO (large language model optimization) legt de nadruk op wat een taalmodel over je bedrijf weet en of dat klopt, ook als het model niet zoekt. GEO kijkt vooral naar de antwoorden mét zoeken en de bronnen die daarbij geciteerd worden. Het werk overlapt: dezelfde feiten op je site en op andere betrouwbare plekken.

Wat is AI-SEO?

AI-SEO is een verzamelnaam die vooral SEO-bureaus gebruiken voor klassieke SEO plus het werk voor AI Overviews, AI Mode en AI-assistenten. Er is geen vaste definitie. Vraag een aanbieder altijd wat er precies gemeten wordt.

Welke term moet ik zelf gebruiken?

Gebruik de woorden die je klanten gebruiken. Op je eigen site kun je de termen naast elkaar uitleggen, zodat je gevonden wordt op elke naam. Wat telt is niet de term maar wat er gemeten en gedaan wordt: vragen per engine, vermeldingen, bronnen en pagina's die de vraag beantwoorden.

GEO

Eerst weten waar je staat

Gratis nulmeting van je AI-zichtbaarheid

In de groei-analyse meten we bij welke klantvragen ChatGPT, Gemini, Claude, Perplexity en Google je noemen, en welke bronnen ze daarbij gebruiken.

Gerelateerde artikelen

Ruud ten Have

Geschreven door

Ruud ten Have

Ruud is oprichter van Searchlab, een online marketingbureau en GEO-bureau in Amsterdam. Hij werkt aan de vindbaarheid van bedrijven in Google en in AI-assistenten, en meet bij Searchlab elke maand hoe vaak klanten in die antwoorden genoemd worden.